bol
Thesaurus
bol:
bolstaandbolletje, rond, uitpuilend, bolvormig, kogelrond,OpenThesaurus. Distributed under GNU General Public License.
Vertalingen
bol
(bɔl)zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -len
1. iets dat helemaal rond is wereldbol
2. iets ronds in de grond waar een bloem uit groeit tulpenbollen
3. hoofd een aai over je bol
bol
Kugel, Globus, konvex, Sphäre, Zwiebelsphere, ball, globe, vault, ball‐bearing, bulb, dome, vaultedceiling, crownbulbe, sphère, globe, bombé, boule, pelote, voûte, boulette, convexe, en boule, oignon, rond, vouteμπάλαesferapalla, volta (bɔl)bijvoeglijk naamwoord
hol naar buiten toe rond bolle wangen
vol zitten met bol staan van de fouten
vol zitten met bol staan van de fouten
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.