boon
Thesaurus
boon:
sperzieboonOpenThesaurus. Distributed under GNU General Public License.
Vertalingen
boon
Bohne, Faseolebean, haricotharicot, fèvefava, fagioloفُوْلfazolebønneφασόλιfríjol, judíapapugrah豆콩bønnefasolafeijãoбобbönaถั่วfasulyeđậu豆子, 豆豆שעועית (bon)zelfstandig naamwoord meervoud bonen
1. langwerpige vrucht met zaden erin die je kunt eten bruine bonen koffiebonen
zelf je zaken regelen
zelf je zaken regelen
2. niet goed weten waar je bent of wat je moet doen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.