oprapen
Vertalingen
oprapen
fassen, nehmenget, layholdof, pick, pickup, pluck, take, gleancueillir, rattraper, prendre, rammasser, ramasser (ˈɔprapə(n))werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd raapte op , voltooid deelwoord heeft opgeraapt
oppakken Wil je dat even voor me oprapen? Ik kan tegenwoordig zo slecht bukken.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.