ring

Thesaurus

ring:

stadionring
Vertalingen

ring

Ringring, basket, beltway, cloutbague, anneau, arène, cercle, alliance, auréole, piste, ring, boucle, cerceau, collier, étrier, obturateur, rondδαχτυλίδιanilloanello, campanello, circolo, sonare il campanelloرَنِيـنprstýnekringsoittoprsten鳴らすこと반지ringpierścieńanelкольцоringแหวนyüzüktiếng chuông铃声, пръстенטבעת (rɪŋ)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. sieraad dat je aan je vinger draagt trouwring
2. cirkelvormig voorwerp sleutelring gordijnringen
3. sport plaats waar vechtsporten worden beoefend door de touwen in de ring klimmen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.