rits

Vertalingen

rits

zipper, zipaccroc, fermeture éclair, fermeture à glissière, fermeture‐éclair, zipchiusura lampo, cerniera lampoزِمَامٌ مُنْزَلِقziplynlåsReißverschlussφερμουάρcremalleravetoketjupatentni zatvaračファスナー지퍼glidelåszamekfecho de correr, zíperзастежка-молнияblixtlåsซิปfermuarphéc-mơ-tuya拉链 (rɪts)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
1. sluiting in een kledingstuk, een tent, een tas De rits van mijn slaapzak zit vast.
2. reeks Voor een reis naar de tropen krijg je een hele rits inentingen.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.