bellen
Thesaurus
bellen:
opbellenOpenThesaurus. Distributed under GNU General Public License.
Vertalingen
bellen
ring, call, phonesonner, téléphoner, téléphoner (à), appelerklingeln, anbellen, anrufentocar el timbre, llamar, telefonearيَتَّصِلُ بِ...هاتِفِيّاً, يَتَصِّلُ بِهَاتِفٍvolat, zatelefonovatringe, ringe tilκαλώ, τηλεφωνώsoittaanazvati, telefoniratichiamare, telefonare・・・に電話をする, 電話をかける…에게 전화를 걸다, 전화하다ringedzwonić, zatelefonowaćtelefonarговорить по телефону, звонить по телефонуringaโทร, โทรหาaramak, telefon etmekgọi điện, gọi điện thoại打电话שיחה (ˈbɛlə(n))werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd belde , voltooid deelwoord heeft gebeld
1. iemand per telefoon bereiken bellen met een collega een arts bellen bellen naar het buitenland
2. met een bel een signaal geven, vooral om te laten weten dat je voor de deur staat 3 x bellen Er wordt gebeld.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.
- Ik wil graag bellen
- Waar kan ik bellen?
- Waar kan ik naar een ander land bellen?
- Kan ik van hieruit bellen?
- Ik moet mijn ambassade bellen
- Ik wil graag mijn ambassade bellen
- Mag ik naar huis bellen?
Collins Multilingual Translator © HarperCollins Publishers 2009