was
Thesaurus
was:
wasgoedOpenThesaurus. Distributed under GNU General Public License.
Vertalingen
was
(wɑs)m, o meervoud -sen
1. zachte, vette stof waarvan bijvoorbeeld kaarsen gemaakt zijn of waarmee je boent bijenwas Elke maand zet hij zijn auto in de was.
alles doen wat iemand zegt, zonder je te verzetten
alles doen wat iemand zegt, zonder je te verzetten
2. veel geld hebben
was
Wachs, Wäschewax, wash, laundry, washingcire, lessive, linge, gâteauвоск, стиркаشَمْع, غَسِيلprádlo, voskvasketøj, voksκερί, πλύσηcera, colada, lavadopyykki, vahapranje, vosakbucato, cera洗濯物, 蝋밀랍, 세탁vasking, vokspranie, woskcera, lavagemtvätt, vaxการซักเสื้อผ้า, ขี้ผึ้งbalmumu, çamaşırquần áo giặt, sáp ong洗涤, 蜡, 是беше是היה (wɑs)zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. keer dat je kleren wast de was doen Ik moet nog een was draaien. handwas
2. kleren, handdoeken enz. die gewassen (moeten) worden of net gewassen zijn wasmand wasrek
de problemen in je familie of op je werk openbaar maken
de problemen in je familie of op je werk openbaar maken
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.
- Waar kan ik de afwas doen?
- Hoe werkt de wasmachine?
- Waar zijn de wasmachines?
- Waar kan ik kleren wassen?
- Hebt u waspoeder?
Collins Multilingual Translator © HarperCollins Publishers 2009