gastheer
Vertalingen
gastheer
(ˈxɑsther) mannelijk meervoud -herengastvrouw
hosthôte, amphitryonWirt, Gastgeberospitante, ospiteمُضِيفٌhostitelværtοικοδεσπότηςanfitriónisäntädomaćinホスト주인vertgospodarzanfitriãoхозяинvärdเจ้าภาพev sahibingười chiêu đãi主人 ('xas(t)frɑu) vrouwelijk meervoud -enzelfstandig naamwoord
iemand die gasten ontvangt
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.