oor
Vertalingen
oor
Ohr, Griff, Handgriff, Henkel, Türklinke, Zangeear, handle, tongsoreille, pinces, anse, corne, feuille, ouïeαφτίoreja, oídoухоorecchioأُذُنuchoørekorvauho耳귀øreuchoorelhaöraหูkulaktai耳朵 (or)zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud oren
1. deel van je hoofd waarmee je kunt horen flaporen
wat er gezegd wordt, wordt niet onthouden
niet goed opletten, niet geconcentreerd zijn
heel aandachtig luisteren
iemand bedriegen
heel verbaasd zijn
opgewonden
wat er gezegd wordt, wordt niet onthouden
niet goed opletten, niet geconcentreerd zijn
heel aandachtig luisteren
iemand bedriegen
heel verbaasd zijn
opgewonden
2. handvat waaraan je een stuk servies kunt optillen een soepkom met twee oren
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.