rein

Vertalingen

rein

blank, keusch, rein, reinlich, sauber, unbescholten, züchtigchaste, clean, pureimmaculé, pur, chaste, continent, proprepudico, pulito控制控制reinReinบังเหียน (rɛin)
bijvoeglijk naamwoord
1. schoon Ik voel me heel rein van binnen.
2. grote onzin
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.